onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
Instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in...
vaccicheck
Op maandag 20 november a.s. organiseert Silverlinde Praktijk een aparte dag voor Vaccichecks (titersessie) tegen een gereduceerd tarief van 40...

publicaties (oud)studenten

Onderstaande stuk is geschreven door Alma van Dorenmalen afgestudeerd aan Silverlinde en inmiddels werkzaam als Rescue & Rehabilitatie Manager in Malawi.

Mijn carrière startte met een opleiding aan de Silverlinde en mijn passie om met wildlife te werken werd door de jaren heen steeds meer gevoed. De mogelijkheden die ik zag waren eindeloos en uiteraard praktiseerde ik in eerste instantie op gedomesticeerde dieren. Het was uiteindelijk tijd om af te studeren en ik koos een onderwerp gericht op wildlife.

In 2013 startte ik als vrijwilliger bij het Lilongwe Wildlife Centre in Malawi en deed onderzoek naar hoe natuurgeneeskunde een effectieve bijdrage kan leveren aan het rehabilitatie proces van wildlife. Het jaar daarop startte ik in de positie Wildlife Rehabilitatie Coördinator bij het Lilongwe Wildlife Centrum en sinds januari 2016 mag ik mezelf nu Rescue & Rehabilitatie Manager noemen en is het centrum uitgegroeid tot Lilongwe Wildlife Trust.

Dit rehab kamp is gevestigd in Malawi. Een enorm arm land waar veel dierhandel is en –mede daardoor- weinig dieren nog te vinden zijn.

 Mijn werk als Rescue & Rehabilitatie Manager en de verbinding met de natuurgeneeskunde:
Als enige rescue & rehabilitatie centrum vangen wij gemiddeld 50 dieren per jaar op. Wij krijgen met name verweesde primaten in zoals vervets en bavianen. Als Rescue & Rehabilitatie Manager ben ik verantwoordelijk voor het gehele proces van een dier dat binnenkomt tot en met de release. We streven er altijd naar om elk dier een nieuwe kans in het wild te geven, echter niet alle dieren zijn door hun achtergrond en leeftijd meer geschikt op een leven in het wild. Daarom blijven sommige dieren in het centre en is het mijn taak, om met mijn team, te zorgen voor een zo natuurlijk mogelijke leefwijze in deze relatieve gevangenschap.

Om een wild dier te kunnen rehabiliteren ga je uit van de meest natuurlijke (wilde) omstandigheden en probeer je deze eigenlijk zo goed mogelijk na te bootsen. Nu is dat uiteraard in (tijdelijk) gevangenschap altijd enigszins beperkt. Ik behandel regelmatig verschillende dieren met natuurgeneeskundige middelen om ze een extra boost te geven of wanneer reguliere medicatie ontoereikend is. Het omgekeerde zou fijn zijn > Eerst natuurlijke middelen en waar die ontoereikend zijn, de reguliere middelen, maar helaas, zover is het nog niet. Wij werken met natuurlijke middelen vooral bij getraumatiseerde dieren, gestreste dieren en verzorging van diverse wonden. Daarnaast  het is dus niet  altijd mogelijk om een compleet natuurgeneeskundige aanpak in te zetten; er zijn vele factoren waar aan gedacht dient te worden wanneer er met wildlife wordt gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat dieren moeilijk te vangen zijn voor een behandeling, daarnaast kun je ze vaak niet aanraken vanwege veiligheid en ook willen we habituatie aan mensen voorkomen. Het natuurgeneeskundige plan moet op deze factoren worden aangepast.
Het grootste verschil dat ik zie in vergelijking met het werk met gedomesticeerde dieren is de impact van de mens. De mens heeft een enorme invloed op de dieren die ze houden en een karakter van een dier wordt enorm beïnvloed door de leefomstandigheden (inclusief de mens). De problemen die men vaak ziet bij gedomesticeerde dieren komen dan ook hier in dit wildlife rehabilitatie centrum nauwelijks voor. Daarnaast zijn veel problemen makkelijker op te lossen door de situatie aan te passen en reageren ‘wilde’ dieren hier heel sterk op. Uiteraard geldt dit niet voor alle casussen en de meest getraumatiseerde dieren kunnen goed ondersteunt worden met natuurlijke middelen zoals Bach remedies, oliën, kruiden en homeopathie.
 
Mocht je geïnteresseerd zijn als vrijwilliger aan de slag te gaan bij Lilongwe Wildlife Centre realiseer je dan dat het werken in een rehab kamp vaak gebonden is aan vele beperkingen, protocollen en niet altijd even romantisch als het op een afstand lijkt.  Heb je belangstelling of  vragen, neem gerust contact met me op. Ook kun je een kijkje nemen op mijn blog waar ik regelmatig interessante casussen en verhalen post:

https://greenanimals.wordpress.com/


31 augustus 2013

Onderstaande colum is afkomstig van de website www.dierennieuws.nl geschreven door Alma van Dorenmalen. Laatste jaars student aan Silverlinde. Alma is samen met Lauri Adelaar in Malawi voor hun afstudeerproject aan onze opleiding.


Getraumatiseerd aapje Morris helpen met natuurgeneeskunde:

De warme wind waait hard in mijn gezicht en mijn haren vliegen alle kanten op. De typische geur van verbrand hout, de vrolijke muziek en de uitgestrekte natuur links en rechts van me. Voor een afstudeeronderzoek ben ik voor twee maanden afgereisd naar Malawi, ook wel ‘the warm heart of Africa’ genoemd.

Hier verricht ik onderzoek naar de integratie van natuurgeneeskunde in een wildlife rehabilitation center. Hier leven ongeveer tweehonderd dieren. Sommige dieren zijn overgenomen uit dierentuinen die de deuren moesten sluiten. Andere dieren zijn overgebracht vanuit Stichting Aap of zijn door de lokale bevolking gevonden.
Handelen met jonge dieren

In dit land, zoals in veel Afrikaanse landen, wordt er veel gehandeld in jonge wilde dieren. Hier in Malawi worden de jonge dieren (vooral aapjes) aan de straatkant verkocht als huisdier. Natuurlijk zijn deze dieren uiterst ongeschikt om als huisdier te houden. Na een aantal weken zijn de dieren niet meer zo schattig en beginnen ze wild gedrag te vertonen. Een eigenaar moet hier vaak op een vervelende manier achter komen. Het resultaat is dat het diertje wordt mishandeld en gedumpt.
Morris

Als ze geluk hebben dan komen ze in dit wildlife center terecht. Zo ook Morris, een uiterst schattig maar ontzettend getraumatiseerd aapje. Hij is mishandeld door mensen omdat hij niet stil kon zitten en te veel geluid maakte. Morris heeft verwondingen aan zijn oog, is nog heel schuw en raakt zeer gestrest als er mensen in zijn buurt komen. Hij springt van de ene naar de andere kant in zijn verblijf als ik zijn voer voorzichtig kom brengen. Hij kijkt me aan met een paar grote ogen en houdt me goed in de gaten.
Volstouwen met eten

Als ik het voer neerzet en het deurtje sluit, springt Morris op de grond en begint direct zijn wangen vol te stouwen met eten. Dan springt hij weer op en klimt behendig naar boven met zijn dikke wangen en houdt mijn bewegingen goed in de gaten.
Koppelen aan pleegmoeder

Het is belangrijk om het aapje zo snel mogelijk te koppelen aan een pleegmoeder zodat zij voor hem kan zorgen en belangrijke sociale gedragskenmerken kan aanleren. De komende dagen zal ik zijn hele verhaal in kaart brengen en bekijken wat de mogelijkheden zijn om dit jonge aapje natuurgeneeskundig te ondersteunen.

Wil je meer weten of het project van Lauri en Alma volg dan hun blog op: www.greenanimals.wordpress.com.

Of

www.almaenlauri-op-avontuur.reismee.nl


1 februari 2014 - update Morris -

Op dit moment zit Morris met een andere jongere vervetaap in zijn verblijf. Er was helaas geen pleegmoeder beschikbaar, aangezien die pleegmoeder al druk bezig is met de verzorging van drie andere vervetapen. Gizmo is daarom geplaatst bij Morris en dit gaat redelijk goed. Ze zitten graag bij elkaar, maar als het om eten gaat, dan is Gizmo zeker de snelste.
Schuchter

Morris is Ondanks deze samenvoeging en het broodnodige gezelschap voor Morris, blijft Morris schuchter, meer dan zou moeten. En Gizmo begint gedrag van Morris over te nemen, waardoor beide aapjes schuchterder worden. Dit is niet een heel groot probleem, maar dat wordt het wel wanneer er een hogere level van stress bij komt kijken. Met name voor Morris is dit het geval.
Bach-bloesemtherapie

Morris krijgt Bach-bloesemtherapie zodat hij zich meer kan gaan ontspannen en zijn trauma’s achter zich kan laten. Bach-bloesemtherapie is een therapie die met name op het mentale stuk van een dier (of mens) werkt. Het vult de energie aan die het dier mist, waardoor het dier weer in balans kan komen. Omdat Morris bang is voor specifieke geluiden, maar ook voor algemene geluiden, bewegingen, mensen en alles wat nieuw is en hij weinig zelfvertrouwen heeft, krijgt hij een combinatie van de volgende Bach-bloesems: Mimulus, Aspen, Larch, Star of Betlehem en Walnut. Dit wordt hem drie keer per dag aangeboden via een banaan waar het op gedruppeld is. Daarnaast heeft Morris ook een waterbak waar de remedie in zit.
Morris3Rustiger

Ondertussen zijn we een aantal dagen verder sinds het geven van de Bach-bloesemtherapie en het gaat zeer goed met Morris. Hij eet zijn banaan graag en vertoont al minder schuchter gedrag. Normaal gesproken rent hij als een gek weg wanneer iemand komt aanlopen. Steeds vaker blijft hij nu rustig zitten en bekijkt je aandachtig. Ook tijdens het voeren vertoont hij rustiger gedrag. Niet meer snel naar binnen lopen een stukje vastgrijpen en dan weer naar buiten rennen. Nee hoor, hij blijft bij zijn voerbak en grijpt wat lekkere stukken appel en vooral banaan. Hij propt zijn wangen vol en bekijkt je al smakkend aan. De banaan valt nog net niet uit zijn bekje.


Vriendelijke groet,

Alma van Dorenmalen



LEERMOMENT 
Een horecamedewerker, notaris, postbode, yoga docent en iemand zonder werk: een greep uit het assortiment medestudenten die naast je kunnen zitten in de opleiding Veterinaire Natuurgeneeskunde aan de Silverlinde. De ene spreekt Fries, de ander Vlaams. Jawel, de leeftijd is al net zo gevarieerd. De ene krijgt net geen kinderbijslag meer en de ander is al met pensioen. Dit brengt de gemiddelde leeftijd op ongeveer 35 jaar. De opleiding wordt dan ook niet voor niets door velen van ons ‘omscholing’ genoemd. Dit gevarieerde gezelschap heeft één gemeenschappelijke passie die hen elke week samenbrengt op de Silverlinde: Dieren!
 
Voor een opdracht ging ik laatst met een aantal klasgenoten (een ambtenaar en een docent uit het ZMOK onderwijs) naar een natuurgebied.
 
Door ons enthousiasme besloten wij een wandelroute van tien kilometer te gaan lopen. Dit leek ons voldoende om een paar Schotse Hooglanders, schapen of andere dieren te zien.
 
Na zo’n 5 km hadden we nog geen dier gezien. Ik probeerde in een dwaze bui onze zintuigen te verscherpen in de hoop dat we toch nog wilde dieren zouden zien. Ik riep: “Leeuw!!!” Nog voordat ze konden reageren, botste onze ambtenaar bijna tegen een Schotse Hooglander aan, die, zo leek het, uit de lucht kwam vallen!!
 
Mijn eerste indruk van een Schotse Hooglander: LEVENSGEVAARLIJK!! Ik schrok me wezenloos!!! Met een enorme, gelukkig goed ingeschatte sprong naar links, belandde ik binnen een fractie van een seconde achter de brede rug van de ZMOK-docent. Wat had die Schotse Hooglander grote hoorns!!! En die loopt hier los!?! Dat mag zomaar?!? Ondertussen verbaasde ik me over mijn soepele, snelle en paniekerige reflex. Dat we dit dier tijdens een wandeling van tien kilometer zouden zien had ik wel verwacht, maar mijn reactie hierop niet! Ik keek over de brede schouder van mijn klasgenoot en realiseerde me dat de Schotse Hooglander geen stap meer had gezet. Misschien heeft hij/zij (in de) valeriaan liggen herkauwen? Hoe dan ook, het kwam mooi uit, want de ambtenaar kon nu een mooie foto van deze ‘leeuw’ maken..
 
Dit was een leermoment voor mij! Gelukkig begeef ik mij in een fijne groep medestudenten en is de begeleiding op de Silverlinde net zo gefascineerd van dieren als wij zijn. Leren bestaat niet alleen uit theoretische kennis, maar vooral ook uit praktijkervaringen. Juist dan ontstaan vaak situaties waarin je wordt overrompeld door leermomenten. Omdat je deze niet ziet aankomen, leer je vreselijk veel.
 
12 maart 2012   Sara Kampert 3e jaarsstudent Silverlinde
 

Tijdens de Kennismarkt op zaterdag 7 juni op Silverlinde heeft Lotte Bloemendaal een lezing gehouden over haar afstudeeronderwerp over hulphonden. De inhoud was zo interessant dat wij Lotte gevraagd hebben hiervan een samenvatting te maken voor one site. Hieronder kunt u deze lezen.
Lotte Bloemendaal is inmiddels afgestudeerd en is haar praktijk Dognature, uw hond natuurlijk gezond gestart.
 
 
 
SAMENVATTING SCRIPTIE: ‘DE HULPHOND, HULP EN HOND’!
 
Deze scriptie is geschreven in het kader van de opleiding toegepaste natuurgeneeskunde aan instituut Silverlinde te Breda.
 
Vraagstelling
De vraag is: hoe ‘natuurlijk’ is het werk van hulphond? Kan de hulphond ook hond zijn? Kan hij voldoende tegemoet komen aan soorteigen gedrag? Voor zover dat niet het geval is, met welke maatregelen, Bachbloesemtherapie- of Aromatherapie kunnen we de hond zo nodig ondersteunen?
Ik ga ervan uit dat, hoe meer de hond tegemoet kan komen aan soorteigen gedrag, hoe beter het gesteld is met het welzijn.
 
Definities
Hulphonden zijn blindengeleidehonden en ADL-honden zijn honden doe hulp bieden bij algemeen dagelijks levensbehoeften).
Welzijn in de natuurgeneeskunde is fysiek, emotioneel en energetisch. In deze scriptie heb ik welzijn op emotioneel gebied, met als uitingsvorm gedrag, gemeten.
Soorteigen gedrag bij honden noem ik: ‘hondse behoeften’: voedsel verwerven, slapen/rusten, zelfverzorging, zorg geven, voortplanting, veiligheid, exploreren en antagonistisch gedrag.
Signalen die ik beschouw als indicatie voor spanning zijn: tongelen/bek aflikken, poot heffen, trillen, vacht uitschudden, gapen/geeuwen, niezen, kwispelen, hoge geluiden, hijgen/kwijlen, zichzelf krabben.
 
Ondersteuning
Ondersteuning bij welzijnsproblemen kan door middel van maatregelen, Bachbloesemtherapie en Aromatherapie.
 
Werkwijze
Ik heb twee steekproeven geselecteerd: tien ADL-honden en veertien geleidehonden. Door middel van vragenlijsten heb ik onderzocht of het werk van de honden het welzijn in de weg staat. Ik heb alle respondenten ook gebeld, om te kunnen doorvragen waar nodig.
De steekproeven zijn klein en daarom niet representatief voor de hele groep.
 
Conclusies
  • De ADL-hond en de geleidehond kunnen niet volledig hond zijn tijdens het werk.  
    ADL-honden komen in het werk toe aan voedsel verwerven en antagonistisch gedrag.      Daarnaast kunnen ze voldoende slapen/rusten. Tijdens activiteiten buiten het werk om komen bijna alle honden voldoende toe aan exploreren.
    Het werk staat het welzijn niet in de weg, maar de hond moet wel activiteiten buiten het werk om hebben, om ook aan andere behoeften toe te komen.
 
  • Geleidehonden komen in het werk het meest toe aan antagonistisch gedrag. Daarnaast kunnen ze voldoende slapen/rusten. Tijdens activiteiten buiten het werk om komen ze minder dan ADL-honden toe aan exploreren. De geleidehond heeft, door de aard van zijn werk, activiteiten buiten het werk om meer nodig voor zijn welzijn.
 
  • Geen enkele hond is geestelijk volwassen bij aflevering.
 
  • Het werk van de ADL-hond past goed bij de oorspronkelijke taak van het meest voorkomende ras, de Golden Retriever (apporteren, dingen in de bek dragen, aan dingen trekken (spel) en korte momenten van concentratie).
    Het geleidewerk vraagt zelfstandigheid, initiatief, een commando kunnen weigeren en     langduriger concentratie. In de geleidehondensteekproef komt de Labrador het meest voor en dit ras past beter bij het werk van geleidehond: zelfstandiger en kan meer hebben. Maar de  langduriger concentratie blijft moeilijk voor de Retriever.
            De kruising herder x Retriever geeft interessante combinatie van werkeigenschappen, maar  het gedrag is wel onvoorspelbaar.
 
Aanbevelingen
  • Met name geleidehonden niet jonger dan twee jaar afleveren.
  • Voldoende compensatie door de hond in de gelegenheid te stellen te exploreren en contact te hebben met soortgenoten.
  • Voldoende rust en interactie met de eigenaar buiten het werk om.

Lotte Bloemendaal