onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
uitbreiding praktijk Silverlinde
met  o.a. therapie voor niet alleen dieren, maar ook hun eigenaren! Met ingang van 1 september 2018 is het team van...
instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in december...

publicaties (oud)studenten


20-07-2018
Geschreven door Crystal, eerste jaars student vierjarige plusopleiding, veterinaire natuurgeneeskunde.

Dit eerste leerjaar is voor mij als thuiskomen geweest. Gehoord worden. Gezien worden. In de praktijkopdrachten kon ik mijn ei kwijt en de werelden die er open gingen zodra ik ook maar een beetje kennis had opgedaan waren wonderbaarlijk. Ik heb zo ontzettend veel geleerd zowel wetenschappelijk alsmede op voelend gebied.

Ik heb delen van mijzelf opnieuw ontdekt door de studie. Bijvoorbeeld dat ik tóch wel erg goed kan leren, ondanks dat ik soms denk dat het helemaal niks gaat worden. Maar ook dat ik kan healen… Iets wat ik vanbinnen wist maar door gedachten de doorstroom blokkeerde. En dan plots ervaar je het, stroomt het, voel je het. Ik denk dat dat het mooiste is wat ik na dit leerjaar mee naar huis neem. Ik heb het ervaren en het smaakt naar meer.

Ook is me sterk duidelijk geworden dat ik écht gevoel heb voor dit vak. Het gevoel dat ik als kind zijnde ‘dierenarts’ wilde worden was er niet zomaar. Het heeft me geleidt naar mijn paarden welke mij op hun beurt weer naar deze prachtige studie hebben geleidt.

Toen mijn merrie ernstig gewond raakte heb ik een middag gehuild, maar diezelfde avond heb ik nog alles verzameld wat ik haar maar kon geven. Ik heb alles op alles gezet om haar er levend uit te kregen en d.m.v. natuurgeneeskunde is me dat gelukt. Ik heb homeopathische globuli ingezet. Bachbloesem remedies die aansloten op haar ‘zijn’, welke haar ongetwijfeld door haar traumatische periode op de kliniek hebben geholpen, ik zag het verschil. Elke dag ging ik naar haar toe om te masseren en op de dagen dat ze geen globuli kreeg, werkte ik met oliën. Door haar voer gedroogde Echinacea. Binnen een maand was de wond, welke een lap huid van +-20 cm was met aangedaan botweefsel/botvlies en een blootliggende strekpees, volledig dicht. Het bot was niet af gaan sterven en de huid was weer netjes gaan hechten, terwijl de dierenarts gezworen had dat de wond nog minstens 2 keer open zou gaan springen.

Binnen 1 dag hebben we onze grote schuilstal omgebouwd tot stal voor Suraya alleen, thuis zou haar goed doen. En dat deed het. Na 10 dagen op de kliniek kon ze eindelijk naar huis, best wel een beetje vroeg volgens de dierenarts, maar ik stond erop.

Elke avond gedurende de afgelopen 2 maanden, en nu nog steeds, ging ik naar haar toe. Om zelf het verband te wisselen en de wond schoon te maken. Letterlijk bloed, zweet en vele tranen verder… Is het einde in zicht. En wat ben ik trots op ons! Op een ijzersterke merrie welke mij hier zo goed in begeleidt. En toch ook wel op mezelf. Ik heb mijn gevoel gevolgd en middelen ingezet waar ik nog nooit eerder mee heb gewerkt, en het resultaat had niet beter kunnen zijn. En dit alles naast het leren voor de tentamens, welke ik al bijna had opgegeven. Maar de liefde voor dit vak en het gevoel iets te doen wat écht bij me past, heeft me de kracht gegeven om door te gaan i.p.v. in depressie te vallen, wat 1,5 jaar geleden absoluut gebeurd zou zijn. de DA is eenmalig langs geweest om over-productief granulatieweefsel weg te snijden (wat ook wel een mooi voorbeeld is van hoe beide vakken kunnen integreren en samenwerken).

Inmiddels loopt ze weer heerlijk 24/7 in de kudde, mét verband, en verzorg ik het elke avond met calendula en groene leem i.c.m. olie.

Een aandachtspunt voor mij als therapeut is het INvoelen maar niet MEEvoelen. Hier ben ik al erg in gegroeid dit jaar maar kan ik zeker nog verbeteren.

Al met al erg genoten en ondanks dat ik ga genieten van de vakantie, kijk ik erg uit naar het nieuwe schooljaar.

Dank aan alle docenten + Marike  

Crystal Hill



28-2-2018
Geschreven door Flora, tweede jaars studenten plus opleiding Silverlinde

Wittebroodsweken/ verliefdheid.
Daarmee kun je het, denk ik, het beste vergelijken. Zo’n eerste jaar. Alles is leuk, leerzaam en interessant. In een relatie houdt dat ongeveer 6 maanden aan, zo wordt gezegd.
Daarna krijg je ook oog voor de negatieve kant van je partner. Hoe lang zou deze verliefdheid aanhouden? Nou best lang. Na 6 maanden was ie bepaald nog niet over.

Een confrontatie met jezelf.
Dat is het ook. Studeren is niet meer zo eenvoudig als je “al zo oud bent” en vooral als je er al zo lang uit bent. Ik schoot weliswaar “vanzelf” weer in mijn studie modus maar tjonge wat heb ik er hard aan moeten trekken. En wat heb ik er heel veel tijd in moeten steken. Mijn moeder zei, vorig jaar in de kerstvakantie “ik heb je nog nooit zoveel huiswerk zien maken”. En wat erger is ze had nog gelijk ook. Maar ja het voelt alsof het de investering waard is. Gelukkig heb ik een omgeving die meeleeft een baan waarbij ik mijn agenda redelijk zelfstandig kan bepalen en een baas die begripvol is als er ineens een vrije dag moest komen voor een stagedag. Hmm, toch niet zo slecht die baan van mij.

Een volgende confrontatie met mezelf was “zelluf doeen”.
Het zat er al jong in. En nu moet ik voegen in een schoolsysteem. Toestemming vragen, plannen voorleggen. Ik ben het niet meer gewend en het past niet erg bij mijn karakter. het valt me dan ook wel eens zwaar. Maar levert ook veel op. Feedback op mijn stageplan: “Er moet hond bij”. Achteraf een zeer leerzaam en leuk deel van mijn stage.

Nog een confrontatie met mezelf; frustratie tolerantie.
Zo hard geleerd en slechts een voldoende. Ik weet niets! en ik heb niet het gevoel dat dat erg snel veranderd. Integendeel. Waarom kan ik mijn eigen hond niet helpen? En vervolgens hoor je jezelf tegen iemand anders zeggen “als je dat al kon hoefde je niet nog 2 of 3 jaar te studeren”. Oh ja zo zit dat. 

 
Aha erlebnis ook een woord dat bij dit studiejaar hoort. Af en toe  valt h
et kwartje en zie je verbanden. Ik hoor docenten en medestudenten praten en denk: “Aha! Er zijn wel mensen die ook zo denken”.

Nog een aha erlebnis. Er zit meer boerin in mij dan ik dacht. Als kleindochter van een boer zou dat ook wel moeten.
Overall aan, laarzen aan en beesten verzorgen. Zoveel voldoening. En het voelt zo vertrouwd. Genoten heb ik van die stages.
Absoluut een zeer waardevol en leuk onderdeel van de opleiding.

Klazien uut Zalk, Dr. Vogel; de kleine dokter, apis, st janskruid, lavendelolie. Ik was altijd in de veronderstelling dat alles op het gebied van natuurgeneeskunde nieuw is voor mij. En dat is het voor het grootste deel ook. Bach was voor mij een componist. Van essentiële olie kende ik alleen lavendel om de mieren uit de keuken te houden. Planten eten is iets om een beetje lacherig over te doen. Toch zijn de genoemde zaken altijd in mijn leven geweest.
Maar er ging een wereld voor me open. Zo logisch, zo natuurlijk en zo nieuw. Hoe vaak heb ik niet gedacht “dit had ik eerder moeten weten”. Hoe vaak heb ik niet gedacht “dit zou ik op mijn werk ook goed kunnen inzetten”. Zo vreselijk interessant.

Taboe. Waar mijn hart vol van is daar loopt mijn mond van over. Tegen iedereen heb ik verteld dat ik deze opleiding doe. En slechts 1 negatieve reactie. Geen vriendschappen verloren, al hebben sommigen misschien gedacht “vind ik niets voor haar”. Al pratende ontdek je dat zoveel mensen bezig zijn met elementen uit de natuurgeneeskunde. Maar daar nooit over praten. Rust er een taboe op? Zijn mensen bang voor negatieve reacties? Ik heb me er over verbaasd. Maar het was ook leuk om te ontdekken dat veel meer mensen hiermee bezig zijn dan ik ooit had kunnen denken.

Samenvatting: (Die heb ik veel gemaakt.)
Maar de samenvatting van dit alles is: een vreselijk interessante inhoud en geconfronteerd worden met mezelf zijn de belangrijkste elementen die ervoor gezorgd hebben dat het afgelopen jaar een zeer boeiend en leerzaam jaar was.



Onderstaande stuk is geschreven door Alma van Dorenmalen afgestudeerd aan Silverlinde en inmiddels werkzaam als Rescue & Rehabilitatie Manager in Malawi.


Mijn carrière startte met een opleiding aan de Silverlinde en mijn passie om met wildlife te werken werd door de jaren heen steeds meer gevoed. De mogelijkheden die ik zag waren eindeloos en uiteraard praktiseerde ik in eerste instantie op gedomesticeerde dieren. Het was uiteindelijk tijd om af te studeren en ik koos een onderwerp gericht op wildlife.

In 2013 startte ik als vrijwilliger bij het Lilongwe Wildlife Centre in Malawi en deed onderzoek naar hoe natuurgeneeskunde een effectieve bijdrage kan leveren aan het rehabilitatie proces van wildlife. Het jaar daarop startte ik in de positie Wildlife Rehabilitatie Coördinator bij het Lilongwe Wildlife Centrum en sinds januari 2016 mag ik mezelf nu Rescue & Rehabilitatie Manager noemen en is het centrum uitgegroeid tot Lilongwe Wildlife Trust.

Dit rehab kamp is gevestigd in Malawi. Een enorm arm land waar veel dierhandel is en –mede daardoor- weinig dieren nog te vinden zijn.

 Mijn werk als Rescue & Rehabilitatie Manager en de verbinding met de natuurgeneeskunde:
Als enige rescue & rehabilitatie centrum vangen wij gemiddeld 50 dieren per jaar op. Wij krijgen met name verweesde primaten in zoals vervets en bavianen. Als Rescue & Rehabilitatie Manager ben ik verantwoordelijk voor het gehele proces van een dier dat binnenkomt tot en met de release. We streven er altijd naar om elk dier een nieuwe kans in het wild te geven, echter niet alle dieren zijn door hun achtergrond en leeftijd meer geschikt op een leven in het wild. Daarom blijven sommige dieren in het centre en is het mijn taak, om met mijn team, te zorgen voor een zo natuurlijk mogelijke leefwijze in deze relatieve gevangenschap.

Om een wild dier te kunnen rehabiliteren ga je uit van de meest natuurlijke (wilde) omstandigheden en probeer je deze eigenlijk zo goed mogelijk na te bootsen. Nu is dat uiteraard in (tijdelijk) gevangenschap altijd enigszins beperkt. Ik behandel regelmatig verschillende dieren met natuurgeneeskundige middelen om ze een extra boost te geven of wanneer reguliere medicatie ontoereikend is. Het omgekeerde zou fijn zijn > Eerst natuurlijke middelen en waar die ontoereikend zijn, de reguliere middelen, maar helaas, zover is het nog niet. Wij werken met natuurlijke middelen vooral bij getraumatiseerde dieren, gestreste dieren en verzorging van diverse wonden. Daarnaast  het is dus niet  altijd mogelijk om een compleet natuurgeneeskundige aanpak in te zetten; er zijn vele factoren waar aan gedacht dient te worden wanneer er met wildlife wordt gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat dieren moeilijk te vangen zijn voor een behandeling, daarnaast kun je ze vaak niet aanraken vanwege veiligheid en ook willen we habituatie aan mensen voorkomen. Het natuurgeneeskundige plan moet op deze factoren worden aangepast.
Het grootste verschil dat ik zie in vergelijking met het werk met gedomesticeerde dieren is de impact van de mens. De mens heeft een enorme invloed op de dieren die ze houden en een karakter van een dier wordt enorm beïnvloed door de leefomstandigheden (inclusief de mens). De problemen die men vaak ziet bij gedomesticeerde dieren komen dan ook hier in dit wildlife rehabilitatie centrum nauwelijks voor. Daarnaast zijn veel problemen makkelijker op te lossen door de situatie aan te passen en reageren ‘wilde’ dieren hier heel sterk op. Uiteraard geldt dit niet voor alle casussen en de meest getraumatiseerde dieren kunnen goed ondersteunt worden met natuurlijke middelen zoals Bach remedies, oliën, kruiden en homeopathie.
 
Mocht je geïnteresseerd zijn als vrijwilliger aan de slag te gaan bij Lilongwe Wildlife Centre realiseer je dan dat het werken in een rehab kamp vaak gebonden is aan vele beperkingen, protocollen en niet altijd even romantisch als het op een afstand lijkt.  Heb je belangstelling of  vragen, neem gerust contact met me op. Ook kun je een kijkje nemen op mijn blog waar ik regelmatig interessante casussen en verhalen post:

https://greenanimals.wordpress.com/



31 augustus 2013

Onderstaande colum is afkomstig van de website www.dierennieuws.nl geschreven door Alma van Dorenmalen. Laatste jaars student aan Silverlinde. Alma is samen met Lauri Adelaar in Malawi voor hun afstudeerproject aan onze opleiding.


Getraumatiseerd aapje Morris helpen met natuurgeneeskunde:

De warme wind waait hard in mijn gezicht en mijn haren vliegen alle kanten op. De typische geur van verbrand hout, de vrolijke muziek en de uitgestrekte natuur links en rechts van me. Voor een afstudeeronderzoek ben ik voor twee maanden afgereisd naar Malawi, ook wel ‘the warm heart of Africa’ genoemd.

Hier verricht ik onderzoek naar de integratie van natuurgeneeskunde in een wildlife rehabilitation center. Hier leven ongeveer tweehonderd dieren. Sommige dieren zijn overgenomen uit dierentuinen die de deuren moesten sluiten. Andere dieren zijn overgebracht vanuit Stichting Aap of zijn door de lokale bevolking gevonden.
Handelen met jonge dieren

In dit land, zoals in veel Afrikaanse landen, wordt er veel gehandeld in jonge wilde dieren. Hier in Malawi worden de jonge dieren (vooral aapjes) aan de straatkant verkocht als huisdier. Natuurlijk zijn deze dieren uiterst ongeschikt om als huisdier te houden. Na een aantal weken zijn de dieren niet meer zo schattig en beginnen ze wild gedrag te vertonen. Een eigenaar moet hier vaak op een vervelende manier achter komen. Het resultaat is dat het diertje wordt mishandeld en gedumpt.
Morris

Als ze geluk hebben dan komen ze in dit wildlife center terecht. Zo ook Morris, een uiterst schattig maar ontzettend getraumatiseerd aapje. Hij is mishandeld door mensen omdat hij niet stil kon zitten en te veel geluid maakte. Morris heeft verwondingen aan zijn oog, is nog heel schuw en raakt zeer gestrest als er mensen in zijn buurt komen. Hij springt van de ene naar de andere kant in zijn verblijf als ik zijn voer voorzichtig kom brengen. Hij kijkt me aan met een paar grote ogen en houdt me goed in de gaten.
Volstouwen met eten

Als ik het voer neerzet en het deurtje sluit, springt Morris op de grond en begint direct zijn wangen vol te stouwen met eten. Dan springt hij weer op en klimt behendig naar boven met zijn dikke wangen en houdt mijn bewegingen goed in de gaten.
Koppelen aan pleegmoeder

Het is belangrijk om het aapje zo snel mogelijk te koppelen aan een pleegmoeder zodat zij voor hem kan zorgen en belangrijke sociale gedragskenmerken kan aanleren. De komende dagen zal ik zijn hele verhaal in kaart brengen en bekijken wat de mogelijkheden zijn om dit jonge aapje natuurgeneeskundig te ondersteunen.

Wil je meer weten of het project van Lauri en Alma volg dan hun blog op: www.greenanimals.wordpress.com.

Of

www.almaenlauri-op-avontuur.reismee.nl


1 februari 2014 - update Morris -

Op dit moment zit Morris met een andere jongere vervetaap in zijn verblijf. Er was helaas geen pleegmoeder beschikbaar, aangezien die pleegmoeder al druk bezig is met de verzorging van drie andere vervetapen. Gizmo is daarom geplaatst bij Morris en dit gaat redelijk goed. Ze zitten graag bij elkaar, maar als het om eten gaat, dan is Gizmo zeker de snelste.
Schuchter

Morris is Ondanks deze samenvoeging en het broodnodige gezelschap voor Morris, blijft Morris schuchter, meer dan zou moeten. En Gizmo begint gedrag van Morris over te nemen, waardoor beide aapjes schuchterder worden. Dit is niet een heel groot probleem, maar dat wordt het wel wanneer er een hogere level van stress bij komt kijken. Met name voor Morris is dit het geval.
Bach-bloesemtherapie

Morris krijgt Bach-bloesemtherapie zodat hij zich meer kan gaan ontspannen en zijn trauma’s achter zich kan laten. Bach-bloesemtherapie is een therapie die met name op het mentale stuk van een dier (of mens) werkt. Het vult de energie aan die het dier mist, waardoor het dier weer in balans kan komen. Omdat Morris bang is voor specifieke geluiden, maar ook voor algemene geluiden, bewegingen, mensen en alles wat nieuw is en hij weinig zelfvertrouwen heeft, krijgt hij een combinatie van de volgende Bach-bloesems: Mimulus, Aspen, Larch, Star of Betlehem en Walnut. Dit wordt hem drie keer per dag aangeboden via een banaan waar het op gedruppeld is. Daarnaast heeft Morris ook een waterbak waar de remedie in zit.
Morris3Rustiger

Ondertussen zijn we een aantal dagen verder sinds het geven van de Bach-bloesemtherapie en het gaat zeer goed met Morris. Hij eet zijn banaan graag en vertoont al minder schuchter gedrag. Normaal gesproken rent hij als een gek weg wanneer iemand komt aanlopen. Steeds vaker blijft hij nu rustig zitten en bekijkt je aandachtig. Ook tijdens het voeren vertoont hij rustiger gedrag. Niet meer snel naar binnen lopen een stukje vastgrijpen en dan weer naar buiten rennen. Nee hoor, hij blijft bij zijn voerbak en grijpt wat lekkere stukken appel en vooral banaan. Hij propt zijn wangen vol en bekijkt je al smakkend aan. De banaan valt nog net niet uit zijn bekje.


Vriendelijke groet,

Alma van Dorenmalen



LEERMOMENT 
Een horecamedewerker, notaris, postbode, yoga docent en iemand zonder werk: een greep uit het assortiment medestudenten die naast je kunnen zitten in de opleiding Veterinaire Natuurgeneeskunde aan de Silverlinde. De ene spreekt Fries, de ander Vlaams. Jawel, de leeftijd is al net zo gevarieerd. De ene krijgt net geen kinderbijslag meer en de ander is al met pensioen. Dit brengt de gemiddelde leeftijd op ongeveer 35 jaar. De opleiding wordt dan ook niet voor niets door velen van ons ‘omscholing’ genoemd. Dit gevarieerde gezelschap heeft één gemeenschappelijke passie die hen elke week samenbrengt op de Silverlinde: Dieren!
 
Voor een opdracht ging ik laatst met een aantal klasgenoten (een ambtenaar en een docent uit het ZMOK onderwijs) naar een natuurgebied.
 
Door ons enthousiasme besloten wij een wandelroute van tien kilometer te gaan lopen. Dit leek ons voldoende om een paar Schotse Hooglanders, schapen of andere dieren te zien.
 
Na zo’n 5 km hadden we nog geen dier gezien. Ik probeerde in een dwaze bui onze zintuigen te verscherpen in de hoop dat we toch nog wilde dieren zouden zien. Ik riep: “Leeuw!!!” Nog voordat ze konden reageren, botste onze ambtenaar bijna tegen een Schotse Hooglander aan, die, zo leek het, uit de lucht kwam vallen!!
 
Mijn eerste indruk van een Schotse Hooglander: LEVENSGEVAARLIJK!! Ik schrok me wezenloos!!! Met een enorme, gelukkig goed ingeschatte sprong naar links, belandde ik binnen een fractie van een seconde achter de brede rug van de ZMOK-docent. Wat had die Schotse Hooglander grote hoorns!!! En die loopt hier los!?! Dat mag zomaar?!? Ondertussen verbaasde ik me over mijn soepele, snelle en paniekerige reflex. Dat we dit dier tijdens een wandeling van tien kilometer zouden zien had ik wel verwacht, maar mijn reactie hierop niet! Ik keek over de brede schouder van mijn klasgenoot en realiseerde me dat de Schotse Hooglander geen stap meer had gezet. Misschien heeft hij/zij (in de) valeriaan liggen herkauwen? Hoe dan ook, het kwam mooi uit, want de ambtenaar kon nu een mooie foto van deze ‘leeuw’ maken..
 
Dit was een leermoment voor mij! Gelukkig begeef ik mij in een fijne groep medestudenten en is de begeleiding op de Silverlinde net zo gefascineerd van dieren als wij zijn. Leren bestaat niet alleen uit theoretische kennis, maar vooral ook uit praktijkervaringen. Juist dan ontstaan vaak situaties waarin je wordt overrompeld door leermomenten. Omdat je deze niet ziet aankomen, leer je vreselijk veel.
 
12 maart 2012   Sara Kampert 3e jaarsstudent Silverlinde
 

Tijdens de Kennismarkt op zaterdag 7 juni op Silverlinde heeft Lotte Bloemendaal een lezing gehouden over haar afstudeeronderwerp over hulphonden. De inhoud was zo interessant dat wij Lotte gevraagd hebben hiervan een samenvatting te maken voor one site. Hieronder kunt u deze lezen.
Lotte Bloemendaal is inmiddels afgestudeerd en is haar praktijk Dognature, uw hond natuurlijk gezond gestart.
 
 
 
SAMENVATTING SCRIPTIE: ‘DE HULPHOND, HULP EN HOND’!
 
Deze scriptie is geschreven in het kader van de driejarige opleiding aan instituut Silverlinde te Breda.
 
Vraagstelling
De vraag is: hoe ‘natuurlijk’ is het werk van hulphond? Kan de hulphond ook hond zijn? Kan hij voldoende tegemoet komen aan soorteigen gedrag? Voor zover dat niet het geval is, met welke maatregelen, Bachbloesemtherapie- of Aromatherapie kunnen we de hond zo nodig ondersteunen?
Ik ga ervan uit dat, hoe meer de hond tegemoet kan komen aan soorteigen gedrag, hoe beter het gesteld is met het welzijn.
 
Definities
Hulphonden zijn blindengeleidehonden en ADL-honden zijn honden doe hulp bieden bij algemeen dagelijks levensbehoeften).
Welzijn in de natuurgeneeskunde is fysiek, emotioneel en energetisch. In deze scriptie heb ik welzijn op emotioneel gebied, met als uitingsvorm gedrag, gemeten.
Soorteigen gedrag bij honden noem ik: ‘hondse behoeften’: voedsel verwerven, slapen/rusten, zelfverzorging, zorg geven, voortplanting, veiligheid, exploreren en antagonistisch gedrag.
Signalen die ik beschouw als indicatie voor spanning zijn: tongelen/bek aflikken, poot heffen, trillen, vacht uitschudden, gapen/geeuwen, niezen, kwispelen, hoge geluiden, hijgen/kwijlen, zichzelf krabben.
 
Ondersteuning
Ondersteuning bij welzijnsproblemen kan door middel van maatregelen, Bachbloesemtherapie en Aromatherapie.
 
Werkwijze
Ik heb twee steekproeven geselecteerd: tien ADL-honden en veertien geleidehonden. Door middel van vragenlijsten heb ik onderzocht of het werk van de honden het welzijn in de weg staat. Ik heb alle respondenten ook gebeld, om te kunnen doorvragen waar nodig.
De steekproeven zijn klein en daarom niet representatief voor de hele groep.
 
Conclusies
  • De ADL-hond en de geleidehond kunnen niet volledig hond zijn tijdens het werk.  
    ADL-honden komen in het werk toe aan voedsel verwerven en antagonistisch gedrag.      Daarnaast kunnen ze voldoende slapen/rusten. Tijdens activiteiten buiten het werk om komen bijna alle honden voldoende toe aan exploreren.
    Het werk staat het welzijn niet in de weg, maar de hond moet wel activiteiten buiten het werk om hebben, om ook aan andere behoeften toe te komen.
 
  • Geleidehonden komen in het werk het meest toe aan antagonistisch gedrag. Daarnaast kunnen ze voldoende slapen/rusten. Tijdens activiteiten buiten het werk om komen ze minder dan ADL-honden toe aan exploreren. De geleidehond heeft, door de aard van zijn werk, activiteiten buiten het werk om meer nodig voor zijn welzijn.
 
  • Geen enkele hond is geestelijk volwassen bij aflevering.
 
  • Het werk van de ADL-hond past goed bij de oorspronkelijke taak van het meest voorkomende ras, de Golden Retriever (apporteren, dingen in de bek dragen, aan dingen trekken (spel) en korte momenten van concentratie).
    Het geleidewerk vraagt zelfstandigheid, initiatief, een commando kunnen weigeren en     langduriger concentratie. In de geleidehondensteekproef komt de Labrador het meest voor en dit ras past beter bij het werk van geleidehond: zelfstandiger en kan meer hebben. Maar de  langduriger concentratie blijft moeilijk voor de Retriever.
            De kruising herder x Retriever geeft interessante combinatie van werkeigenschappen, maar  het gedrag is wel onvoorspelbaar.
 
Aanbevelingen
  • Met name geleidehonden niet jonger dan twee jaar afleveren.
  • Voldoende compensatie door de hond in de gelegenheid te stellen te exploreren en contact te hebben met soortgenoten.
  • Voldoende rust en interactie met de eigenaar buiten het werk om.

Lotte Bloemendaal