onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
Instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in...
vaccicheck
Op maandag 20 november a.s. organiseert Silverlinde Praktijk een aparte dag voor Vaccichecks (titersessie) tegen een gereduceerd tarief van 40...

winterkwalen paard

Niets is zo ordelijk en netjes als de natuur. De natuur werkt immers in een voortdurend en geordend evenwicht, samengevat in het bekende Franse spreekwoord “la nature se redresse toujours’ (de natuur herstelt zichzelf altijd). Aan ordening en structuur dus geen gebrek. Net zoals dat volop aanwezig is bij de voorbereiding van de dieren op ons halfrond, ten aanzien van het begin van de winter. Op zoek naar een zo optimaal mogelijk evenwicht voor ons gedomesticeerde paard, is het altijd zinvol om de natuur als raadgever, als blauwdruk, te beschouwen en te zien, wat de natuur zelf doet bij paarden om hen zo goed mogelijk op de winter voor te bereiden. De herfst is bedoeld als aanloop naar de winter. Langzaam kan het dier zich voorbereiden op een periode van schaarste en het omzetten van energieverbruik van voortplanting naar warm blijven. De natuur zorgt er eerst voor dat gedurende de zomer een stevige basis wordt gelegd. Het gevolg van de overvloed aan eten en warmte en vaak ook daarmee aan gezapige tevredenheid dus mentale rust, werkt een stevige gezondheid en een stevige vetvoorraad in de hand. Op basis van die stevigheid kan het dier in de winter al een boel doorstaan. De overgang van overvloed naar schaarste vindt plaats in de herfst. Voor paarden die leven in het wild is relatief langzame overgang cruciaal. Voor onze gedomesticeerde paarden speelt dit in veel mindere mate. Gedurende de zomer zijn onze paarden niet vol en vet gegeten. Zij moesten immers gewoon werk blijven doen en konden niet met een dikke buik gezapig in het zonnetje staan te genieten. Daarmee vervalt dus de noodzaak van langzame overgang naar een ander rantsoen en een ander bewegingspatroon. Voor onze gedomesticeerde paarden is er nauwelijks een verandering. Dat is een voordeel. Maar er is ook een keerzijde: het paard krijgt geen reinigende stoffen binnen en gaat dus zonder reiniging de winter in. Daarmee is hij extra vatbaar voor kwaaltjes.

Een eerste aandachtspunt.

Het wilde paard verandert in de herfst van rantsoen. Het volle, vette gras verhout heel langzaam. Het zijn de wat langere ruwere stengels die nog op de – natuurlijke – weide staan en langzamerhand leveren die vaak meer ruwvezel en vocht  dan voeding. De darmflora past zich geleidelijk hieraan aan. De pH-waarde verandert licht. Hiermee wordt de voorbereiding gelegd voor het verorberen en zinvol verteren van basten van bomen. Boombasten en twijgen zijn een belangrijk winterkost maar worden, met een bepaald doel, zeker ook in de herfst al gegeten zonder dat schaarste het paard ertoe dwingt. De basten en soms twijgen van bepaalde bomen bevatten belangrijke gezondheidsbevorderende en sommige zelfs sterk reinigende stoffen.

 

Een tweede aandachtspunt is de verandering van hoeveelheid daglicht. In combinatie met de verandering van rantsoen gaat het lichaam van het paard zich door het verminderen van het aantal daglicht uren, langzaam instellen op de verandering die hem geschikt maakt de winter goed te doorstaan: de rui. Ook de reinigende stoffen uit de boombasten stimuleren de rui. Het verwijderen van de zomervacht en aanmaken van de wintervacht met voldoende onderhaar (!) is een inspannende klus. De ‘chemie’ van het paard moet in goede balans zijn om dit te kunnen bolwerken. De mate waarin de ondervacht wordt aangemaakt is echter niet alleen afhankelijk van voeding en van het spijsverteringsapparaat. Ook daglichtintensiteit en hoeveelheid, aanleg en eveneens omgevingsapparatuur spelen hierbij een belangrijke rol.

Onze gedomesticeerde paarden mogen vaak geen wintervacht maken. Dit is immers lastig met werk. Voordeel is dat het paardenlichaam geen energie kwijtraakt aan de aanmaak van de vacht. Het nadeel is dat er geen goede vachtwisseling plaatsvindt en het paardenlichaam voortdurend in dezelfde zomervacht – en daarmee dezelfde stofwisseling- blijft hangen.

 

Een derde aandachtspunt.

Tijdens de voorbereidingen naar de winter zal het paard in de natuur eveneens de hoeven verharden, de vetlok verdikken, de kruinen op de vacht intensiveren. Dit alles om ervoor te zorgen dat de koude winterregen het lichaam zo min mogelijk deert. Het gedomesticeerde paard heeft over het algemeen niet zoveel te lijden van de winterregens. omdat het er niet of nauwelijks aan wordt blootgesteld. Gebeurt dit echter onverhoopts wel een keertje dan mag het gebrekkige vermogen om weerstand te bieden niet worden onderschat. Een gedomesticeerd paard zonder wintervacht kan slecht, tot niet winterregen verdragen.

 

Zo kan de voorbereiding op de wintertijd van paarden in de natuur ons van advies dienen als het gaat om de voorbereiding van ons gedomesticeerde paard. Uiteraard gaat het niet om het nabootsen van de natuurlijke situatie. Maar sommige feiten kunnen ons wel van dienst zijn bij een optimale gezondheidsvoorbereiding op het winterseizoen.

Op welke wijze kunnen we een groot deel van de genoemde nadelen neutraliseren of zelfs laten verdwijnen? Onder andere door een stabiele gezondheidsbasis.

 

Stabiele gezondheidsbasis

Het ‘op het oog’ voeren is helaas op veel bedrijven niet mogelijk, maar hoe dichter dat kan worden benaderd, hoe beter de basisgezondheid wordt bewaakt. Het ruwvoer verstrekken is een ander belangrijk punt. Paarden zijn ingesteld op 18 uur eten en verteren. Dit zo dicht mogelijk benaderen is goed voor hun fysieke- EN mentale balans. Ruwvoer draagt hier in belangrijke mate toe bij. De angst voor een grasbuik is vaak ten onrechte… Een paard kan mooi in lijn blijven ondanks de behoorlijke hoeveelheid ruwvoer! Een paard zal altijd zoveel eten als het nodig heeft om warm te blijven. Door in de winter voedsel te nuttigen met veel meer ruwvezels houdt het dier zich warm. Voor het intensiever en langdurig werk van het spijsverteringskanaal is een sterkere bloedsomloop nodig. Deze zorgt niet alleen voor voldoende kracht bij de spijsvertering, maar geeft als nevenproduct ook meer warmte in het lichaam.

 

Reinigende stoffen

Veel kunnen we het paard aanbieden door simpelweg takken of kruiden te geven. Te denken valt hierbij aan –polsdikke!- takken van vlier of berk en gedroogde brandnetel of thee die is getrokken van verse brandnetel. In hoofdstuk 10 wordt beschreven op welke andere mogelijke manieren een paardenlichaam kan worden gereinigd. Door aan het begin van de winter te reinigen, kan het dier zonder balast de winter in en is daardoor beter in staat om weerstand te bieden aan eventuele winterkwalen. Ook zal hierdoor de vachtwisseling beter verlopen.

 

Blijvende zomervacht

De meeste gedomesticeerde paarden zijn niet gebaat bij een dikke wintervacht. Immers een paard met een wintervacht werkt zich snel in het zweet en heeft dus een lange afkoelingsperiode nodig. Het vraagt in dit geval een goed management rondom het rijden en de afkoelingsfase daarna! Het is echter wel van belang voor het dier om van vacht te wisselen! De huid is een extra uitscheidingsorgaan voor afvalstoffen. Als de huid belemmerd wordt in deze functie, door een verstikkende, vervuilde vacht, dan kan dat gevolgen voor de gezondheid hebben. Het is dus zaak om het paard te helpen de zomervacht los te maken en een eventueel heel dunne maar wel nieuwe vacht aan te maken. De reinigende stoffen zullen hieraan bijdragen evenals een dagelijkse goede borstelbeurt en het niet al te snel en langdurig onderdekken. Natuurlijk is een deken een van de middelen om de aanmaak van een dikke wintervacht te voorkomen. Het is echter absoluut ongezond om het paard al vroeg in het najaar, voor veel uren per etmaal, onder dek te plaatsen. Het vinden van de juiste balans is niet zo simpel. Een dek is, in tegenstelling tot de eigen vacht, sneller te warm of te koud. Veel factoren spelen een rol. De genen, de omgevingstemperatuur, de leeftijd, het voedsel, de huisvesting etc.  Maar toch: het is van groot belang voor de algemene gezondheid – en dus weerbaarheid – van het paard om zo min mogelijk uren en zo laat mogelijk in het najaar, de deken te gebruiken.

 

Regenbestendig

Door de vacht de gelegenheid te geven zich, naar eigen goeddunken, te vormen zullen betere kruinen worden gevormd. Goede kruinen op de juiste plaatsen, dienen net als de vetlok, om regen zodanig af te voeren dat de waterstromen zo min mogelijk vitale onderdelen van het lichaam belasten. Zo zijn er kruinen in de flanken die de regen weghouden van de buikorganen en de heupspieren en gewrichten. En zo zal de vetlok voorkomen dat de regen in de kootholte stroomt. Kortom, als de natuur haar gang mag gaan maakt ze een vacht aan die het paard heel goed tegen regen op vitale, kwetsbare plaatsen beschermt. Mocht de natuur dit niet kunnen doen dan is in dat geval een regendeken bij koud en stevig regenweer, wel effectief en zinvol!

Wanneer paardeigenaren de leef- en werkomstandigheden van hun paard in de wintermaanden kritisch in ogenschouw nemen en hun dier goed observeren, is een goed wintermanagement haalbaar. De meeste maatregelen brengen geen extra kosten met zich mee, maar soms wel wat extra moeite. Deze moeite is uiteindelijk gezondheidsbevorderend en bevordert daardoor het rijplezier. Bovendien bespaart het dierenartskosten.

 

Binnen of buiten?

Op veel plaatsen blijven de paarden binnen zodra het herfst of winter wordt. Niet alleen ter bescherming van de grasbodem, maar ook omdat veel eigenaren menen dat hun paard bij kou of regen beter niet buiten kan rondlopen. Is dat een juist standpunt?

Omdat weidegang gezond is voor een paard, is opstallen in de winter niet een eerste keuze. De mate waarin paarden met buitentemperaturen kunnen omgaan is afhankelijk van een groot aantal factoren. Op de eerste plaats speelt het ras een rol. Verder de conditie, voor welke doeleinden het dier wordt gebruikt, de luchtvochtigheid, wind en of er schuilmogelijkheden zijn. Per dier en per situatie dient de afweging gemaakt te worden: wel of niet naar buiten in de winter en voor hoe lang. De afwegingen kunnen gemaakt worden op basis van onder andere onderstaande gegevens.

Ras: shetlanders en ijslanders verdragen kou beter dan een KWPN-er. Een arabier kan uitstekend tegen lage temperaturen (het vriest vaak in de woestijn) mits het maar droge  (dus vries)kou is en geen natte koude.

Conditie: hoe gezonder hoe beter tegen de kou bestand. Hoe ouder/jonger of zwakker, des te sneller een lage temperatuur het lichaam kwaad doet in plaats van goed.

Omgeving: een wijde polder, waar de koude wind over jaagt, voelt vele malen kouder dan een bosweide waar dezelfde temperatuur wordt gemeten. Met andere woorden: de gevoelstemperatuur wordt beïnvloed door een wind die vrij spel heeft. Een schutstal of een singel van naaldbomen, kan hierin iets helpen.

Type wei: naast de plaats van de wei is ook het type van invloed. De bewegingsprikkel en de mogelijkheid tot bewegen zijn belangrijke graadmeters. Een vierkante paddock waarin paarden staan te kleumen is misschien voor een uurtje gezond voor de luchtwegen. Maar de lichaamstemperatuur zal dalen omdat het paard niet beweegt. Komt er een heel leuke buurman in de naastgelegen paddock en zijn beide paarden volop aan het bewegen, dan is er geen beperking.

Voedselaanbod: een paard dat eet, verteert spijs en de spijsvertering beïnvloedt de bloedcirculatie en daarmee de lichaamstemperatuur. Een etend paard blijft dus veel gemakkelijker warm.

Arbeid: een paard dat stevig is doorgewerkt en daarna goed uitgestapt, zal het op de koude winterwei minder snel koud krijgen dan een paard waar helemaal niet mee gewerkt wordt. Door het werken immers, is de bloedsomloop stevig geactiveerd. Dat voorkomt dat het lichaam snel afkoelt.

Vacht: een behoud van een wintervacht is veel gemakkelijker dan constant te moeten afwegen of en welk dek gebruikt moet worden. Maar, zoals eerder gezegd, biedt een stevige wintervacht ook wat nadelen voor het werkende gedomesticeerde paard.

Weersomstandigheden: wind en regen zijn, zeker in combinatie met elkaar, de meest belastende factoren bij lage temperaturen. Kunnen deze door een windsingel of schutstal vermeden worden, dan kunnen dieren langer zonder problemen buiten blijven.

 

Wisselwei

In veel gevallen is het zo dat de hoeveelheid graasgrond waarover de meeste paardenbedrijven beschikken, schaars is. Een winterweide lijkt dan een onbereikbaar ideaal. Toch zijn er opties om dat ideaal dichterbij te brengen. Zo kun je een wisselwei gebruiken in plaats van een standwei. Een weiland dat in de winter vertrapt wordt kan zich vaak gemakkelijk herstellen. Mits het vanaf het begin van de grasgroei (voorjaar) tot aan de grasvorming (zomer) met rust wordt gelaten. Door de beschikbare grond te verdelen over vier tot vijf secties die afwisselend worden begraasd, is het mogelijk om iedere winter een andere sectie een winterwei te laten zijn. Is het aantal m2 weiland te klein voor het aantal paarden om verschillende secties aan te maken, dan nog is het soms mogelijk een (liefst lengte-) strook af te zetten waar de paarden per toerbeurt hun benen kunnen strekken. Mocht de wei te drassig zijn, dan kan een deel ophogen met wit zand een oplossing bieden.

 

Paddock

In het geval dat er geen weidegang in de winter kan worden geboden, is een paddock uiteraard een goed alternatief. Het advies is dan wel om aandacht te besteden aan een paar punten:

  • Het paard goed warm laten stappen, voordat hij in de paddock wordt gezet, dus niet rechtstreeks uit de box in de paddock.
  • De ruwvoergift voor een deel in de paddock aanbieden (liefst in hooinet/ruif)
  • Indien de paddock geen beschutting biedt tegen regen en/of wind dan het paard maximaal een aantal uur wegzetten wanneer er sprake is van regen en wind.

Als zowel een paddock als weidegang niet mogelijk is, probeer dan dagelijks een wandeling te maken met je paard.

 

Natuurlijke hulpmiddelen

Er zijn verschillende natuurlijke hulpmiddelen die ondersteuning kunnen bieden in de winter.

-          Jojobaolie: een vette plantenolie die eigenlijk meer vloeibare was is. Door deze deppend aan te brengen op de kootholte kan de huid wel blijven ademen maar vocht niet of nauwelijks binnendringen. Door aan deze vette plantenolie een aantal druppeltjes essentiële olie van tea tree toe te voegen, ontstaat een antiseptische combinatie olie die mokvorming uitzonderlijk moeilijk maakt.

-          Gember (essentiële olie) verwarmt. Door dagelijks een druppeltje gemengd met wat honingwater over het voer te gieten, blijft het paard gemakkelijker op temperatuur.

-          Massageolie Siltrose kan oudere paarden helpen indien hun gewrichten, ten gevolge van de koude, wat stram en stijf worden. Door kort voor het naar buiten gaan op de pijnlijke gewrichten wat van deze olie te deppen, zullen ze met wat meer bewegingslust naar buiten gaan en dus langer en beter van de frisse weide- of paddockgang kunnen genieten.

-          Silsterk, de combinatie van tea tree en citroen, met honing en propolis versterkt in hoge mate de weerstand. Het vernevelen van warm water met de essentiële olie van tijm over de boxvloer help eventueel vastzittend slijm op te lossen en vermindert luchtweginfecties.

 

 

Stalbenen

Paarden zijn van nature echte ‘beweegdieren’. Doordat ze de hele dag bewegen, houden ze de doorstroming van alle lichaamssappen optimaal. Een paard dat bij het uit de box halen oedeem toont op zijn (meestal) achterbenen die weer verdwijnt bij beweging, heeft duidelijk moeite om de lichaamssappen rond te pompen tijdens langdurige stilstand. We kunnen hierbij helpen met bijvoorbeeld theeën van brandnetel of vlierbes. Ook (onbespoten!) peterselie of verse brandnetels zo over het voer helpen het overtollige vocht af te voeren. Belangrijker is echter dat het probleem niet ontstaat! Probeer dus de perioden dat het paard niet in de box staat te verspreiden. Maak daartoe afspraken met stalgenoten om een losgooischema te maken. Paarden met een minder goede doorbloeding, hebben ook vaak last van een spijsvertering die niet goed in balans is. Bij merries hangt de heftigheid van het probleem vaak samen met de vruchtbaarheidscyclus. Aan deze disbalans van de verschillende systemen kunnen veel verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Teveel afvalstoffen bijvoorbeeld is een veel voorkomende oorzaak. Een reinigingskuur (met groene leem, vraag advies!) kan veel helpen. Daarnaast kan een bloedcirculatiebevorderende essentiële olie van bijvoorbeeld rozemarijn (om de dag één druppel) de doorbloeding verbeteren. De massageolie - Sildeem op de betreffende benen van onder andere jojoba, cypres, rozemarijn of jeneverbes en eventueel gember kan lokaal veel verbeteren.

 

Andere winterproblemen aan paardenbenen

Paardenbenen zijn goed bestand tegen de inwerking van kou en vocht mits de algemene gezondheid goed is, het paard een paar uur per dag op droge grond kan staan, en het behang de kootholte niet teveel afsluit. Een minder gezond paard krijgt onder invloed van veel natheid sneller een wekere huid. Hierdoor hebben bacteriën meer kans. Mok bijvoorbeeld is een aandoening die dan gemakkelijk ontstaat. Paarden met een stevig behang zijn extra goed beschermd tegen binnendringende vocht in de kootholte. Echter, het behang schermt ook af. Als vocht is binnengekomen, droogt de kootholte moeizaam en ontstaat eerder broei, wat ideaal is voor de bacteriën. Deze paarden zijn er bij gebaat als dagelijks de vetlok een aantal uren worden opgestoken met een haarspeldje, zodat er lucht in de kootholte komt. Uiteraard zijn ze er ook bij gebaat niet in de modder staan.

 

De natuurgeneeskundige visie op de aanpak van dit soort huidproblemen zijn:

  • Weerstand verhogen, waardoor het paard beter gewapend is tegen de bacteriën. - Silsterk
  • Niet wassen, schrobben, korstjes afkrabben etc! De huid stoot de korst vanzelf af als de nieuwe huid eronder klaar is.
  • Dagelijks vernevelen met een combinatie van essentiële oliën die ontsmet (tea tree), de aanmaak van nieuwe huidcellen stimuleert (geranium), structureert (jeneverbes) en kalmeert (lavendel). Een combinatie van deze oliën is kant-en-klaar verkrijgbaar (Silkoot - mok) en dringt door het korstje in de huid.
  • Dagelijks voordat het paard naar buiten gaat deppen met een samengesteld product van essentiële oliën op basis van jojoba.
  • In geval van mok: behang opsteken tijdens de uren dat het paard op een droge ondergrond staat.
  • Een schone stal: regelmatig uitmesten en ammoniakdampen weren. (Stalspray)
Ook belangrijk is voorkomen dat het paard zijn spieren en pezen bezeert door bijvoorbeeld felle (vlucht)bewegingen te maken vanuit de zuigende modder. Verstandig is het om paarden die op stal hebben gestaan niet allemaal gelijk en dus heel fris en met veel interactie in de paddock of modderwei los te laten. Paard voor paard met steeds tussenpozen maakt de samenhang wat rustiger.

 

Over het algemeen zijn de winterproblemen goed te voorkomen en eventueel goed te verhelpen door gebruik van natuurlijke middelen. De basis is niet zozeer beperkende maatregelen nemen, maar het paard zo dicht mogelijk bij zijn natuurlijke krachtbronnen brengen: door de verhoging van de weerstand, het aanbieden van zoveel mogelijk ruwvoer over de dag verspreid, training van de spieren/pezen door veel buitenwerk op wisselende ondergrond en regelmatig vrij en sociaal contact tussen de paarden onderling. En, uiteraard, is het belangrijk een droog stuk te creëren in de paddock of wei.