onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
Instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in...
vaccicheck
Op maandag 20 november a.s. organiseert Silverlinde Praktijk een aparte dag voor Vaccichecks (titersessie) tegen een gereduceerd tarief van 40...

luchtwegklachten paard

Hoest is een veel voorkomend probleem. Veel invloeden die problemen veroorzaken aan de luchtwegen hebben we niet in de hand. Toch is het opvallend dat de vaak simpele (en belangrijke) factoren die wij wel in de hand hebben, niet optimaal worden uitgewerkt.

Bij paarden die hoesten gedurende de wintermaanden kun je, in grote lijnen, een indeling maken in twee groepen: paarden die beginnen te hoesten door irritatie van de luchtwegen door te langdurig blootstaan aan irriterende stoffen in de lucht zoals stof, schimmel en ammoniak en paarden die ontstekingen krijgen van de luchtwegen als gevolg van verminderde algemene weerstand. De tweede groep begint over het algemeen pas klachten te vertonen in de tweede helft van de winter, de eerste groep juist in de eerste helft.

 

Weerstand

De aanmaak van een nieuwe wintervacht kost energie. Dit gaat gepaard met een vermindering van de weerstand. Over het algemeen heeft een gezond paard voldoende energie om de wintervacht probleemloos aan te maken. Dit mag geen problemen opleveren. Indien niet alleen het aanmaken van de wintervacht energie vraagt, maar er meerdere factoren tegelijkertijd energie vragen, kan de weerstand tijdelijk onder een veilig niveau komen. Hierdoor is het dier sneller vatbaar voor ziekten. Een paard dat moeite heeft met aanmaak of afstoot van de wintervacht, geeft het signaal af dat het niet geheel gezond is.

 

Overgang

Paarden die in de zomer (een deel) van het etmaal buiten lopen en grazen, zien zich genoodzaakt om hun hele systeem om te schakelen, zodra ze voor de winter op stal worden gezet. Belangrijk is dat dit geleidelijk gebeurt. Door het lichaam langzamerhand te laten wennen aan minder beweging (en dus minder doorbloeding) en meer stilstand, wordt het weerstandverlies beperkt en daarmee de vatbaarheid voor aandoeningen. Door de verminderde beweging van het dier, kan eventueel slijm zich gemakkelijker vastzetten en dat kan tot hoest leiden.

 

Voeding

De voedselverandering vraagt enige aanpassing, maar groter is de aanpassing die wordt gevraagd als het dier de overgang moet maken van voortdurend eten, het hapje/stapje systeem, naar driemaal daags eten. Het spijsverteringsysteem van een paard is er op ingesteld om vele uren per etmaal voedsel te verzamelen en tegelijk te verteren en slechts een paar uur per etmaal het systeem ‘stil’ te leggen. Paarden die van volledige weidegang abrupt overgaan naar volledige stalling, moeten dus op dit punt snel en drastisch omschakelen. Hierdoor kan het voedsel wellicht, tijdelijk, minder goed worden benut waardoor weerstandsproblemen kunnen ontstaan. Goed management kan helpen om de eventuele gevolgen van een te plotselinge omschakeling te beperken. Niet alleen de voedingsmomenten, maar ook de aard van de voeding verandert zodra van weidegang wordt overgeschakeld op stalling. Het is verstandig om in ieder geval te zorgen voor voldoende ruwvezel op stal. Ruwvezel helpt de spijs optimaal te verteren. Bovendien kost het verwerken van ruwvoer een paard veel meer tijd dan het verwerken van hardvoer en is daardoor tegelijk een goede bezigheidstherapie.

Kwaliteit ruwvoer

De kwaliteit van de voeding van een paard is uiteraard altijd bijzonder belangrijk. Zowel in het zomerseizoen, als in de winter. Praten we over een paard met weidegang, dan is het van belang dat het gras voldoende variatie kent en, waar nodig, de voeding wordt aangevuld met hardvoer en/of mineralen. Maar praten we over een paard dat geen weidegang heeft, dan is niet alleen het hardvoer van belang, maar zeker ook het ruwvoer. Veel bedrijven kiezen voor kuil, ofwel ‘voordroog’. Hun overwegingen zijn duidelijk: minder stof, minder kans op schimmel en daarom minder belasting voor de luchtwegen. Toch zijn er ook aan kuil of voordroog negatieve kanten. In de praktijk blijkt dat er een vrij groot percentage paarden niet goed uit de voeten kan met kuil. Ze krijgen in het gunstigste geval diarree, die verdwijnt zodra de kuil wordt vervangen door hooi. Een helder en duidelijke situatie. Lastiger is als het paard de kuil niet goed verdraagt, maar dat niet zo duidelijk laat zien. Het paard vertoont in de loop van de tijd allerlei kwalen die niet te herleiden zijn, totdat je de kuil weglaat en het paard langzamerhand ziet opknappen. Deze paarden zijn niet goed in staat om, als zij kuil te eten krijgen, hun darmflora op peil te houden. De hogere zuurgraad van de kuil tast de darmflora aan, waardoor de voeding niet optimaal wordt benut en er uiteindelijk tekorten ontstaan. Deze uiten zich in de vorm van allerlei aandoeningen. Hoest is één van de mogelijke uitingsvormen. Kuil of voordroog kan dus van prima kwaliteit zijn: voor sommige paarden kan het lastig zijn om goed te verteren. In die gevallen is en blijft goede kwaliteit hooi de beste optie. Het allerbeste is hooi van gevarieerde grassen en niet van productiegras. Dus hooi met een laag eiwitgehalte en een hoog gehalte aan mineralen en sporenelementen. Hooi van productiegras echter is het makkelijkst verkrijgbaar en beduidend goedkoper. Dit hooi kan eveneens een goede ruwleverancier zijn. Voor al het hooi geldt: bij uitschudden geen witte wolk (duidt op schimmel) en zo weinig mogelijk stof. Hooi moet fris en liefst kruidig ruiken. Sommige paarden zijn toch gevoelig voor het kleine beetje stof dat onvermijdelijk aanwezig is. In die gevallen is het vernevelen van Silverlinde hooispray met essentiële oliën over het hooi een prima oplossing. Deze vermindert de (soms allergische) reactie op het stof en neutraliseert eventueel aanwezige schimmelsporen.

Stalklimaat

Uiteraard is ook het stalklimaat van grote invloed op het welbevinden van de luchtwegen. Ook bij dit aspect is het van belang om te bedenken dat een geschikt stalklimaat niet universeel is. Met andere woorden: wat voor sommige paarden een storend element kan zijn op de balans, is voor anderen totaal onbelangrijk. Wel of geen frisse lucht, is de eerste vraag. Iedereen weet dat frisse lucht gezond is. Laten we echter in de winter frisse lucht de stal binnen, dan gaat dat bijna altijd gepaard met een verlaging van de staltemperatuur. De inlaat van frisse lucht is dus zinvol, mits de temperatuur niet teveel daalt. De plaats van inlaat is eveneens van belang. Wordt de frisse lucht binnen gelaten via bijvoorbeeld een deur en ontstaat daardoor tocht, dan is het van belang dat een paard niet middenin de koude luchtstroom staat. Hoofd uitsteken en neus erin is prima, maar de koude lucht mag niet over de gehele box trekken. Vaak is de luchtinlaat bij paardenstallen niet optimaal. Dit betekent dat de paarden die te dicht bij de inlaat staan, teveel frisse, koude en soms tochtige lucht over zich heen krijgen, terwijl de paarden die ver er vanaf staan vaak te weinig frisse lucht ervaren. Frisse lucht is dus  gezond maar wel op doordachte wijze. Het is natuurlijk ook mogelijk om je paard frisse lucht te bieden door hem dagelijks een uurtje buiten te zetten of buiten te berijden. Ondanks een zo goed mogelijk frisseluchtbeleid, zullen veel paardenstallen in de winter een te grote hoeveelheid ammoniakdeeltjes in de lucht hebben. Ammoniak staat bekend als een stof, die een grote invloed heeft op de kwaliteit van de longen. Teveel ammoniak kan de longen aantasten. Naast een goede frisse inademingslucht op stal en  een goed uitmestbeleid kan het daarom zinvol zijn om in de box te vernevelen met Stalspray met essentiële oliën die bekend staan om hun vermogen om ammoniakdeeltjes in te kapselen. (o.a. tea tree) Daarnaast is ook de vraag of er al dan niet gepot wordt en zo ja hoe, evenals de vraag of er met goed zuiver stro wordt gestrooid en zuiver hooi wordt gevoerd, van invloed op het stalklimaat. Potten heeft het voordeel dat het warmte vasthoudt en soms warmte biedt. Het nadeel is echter dat er veel meer bacteriën en ammoniakdeeltjes rondzwerven. Door het gebruik van Stalspray kan een gedeelte van de nadelen worden opgeheven. Het blijft echter een voortdurende afweging. Daarbij moet rekening worden gehouden met de zwakkere en sterke kanten van het individuele paard.

 

Compenseren

Een geleidelijke overgang van zomerstalling (veel weidegang) naar winterstalling (weinig tot geen weidegang) kan veel problemen voorkomen. Voldoende frisse lucht, goed strooisel en goed voedsel zijn daarnaast belangrijke voorwaarden voor gezonde longen . Datgene wat we niet direct kunnen beïnvloeden kan in veel gevallen gecompenseerd worden. Met andere woorden: een stal met een slechte ventilatie zo min mogelijk potten en veel Stalspray gebruiken. Daarnaast een dagelijkse, stevige wandeling in de buitenlucht! Probeer bij een stal met teveel ventilatie (tocht) het grootste gedeelte van de box buiten de luchtstroom te plaatsen (simpele hardplastic stukken zeil zijn vaak al voldoende om de luchtstroom om te buigen). Door bij het eerste symptoom alert te zijn en te proberen met één van bovenstaande maatregelen het tij te keren, kan veel leed voorkomen worden. Klachten die langer dan drie dagen aanhouden, daar moet een dierenarts naar kijken.

 

Twee soorten hoest

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee hoofdvormen van hoesten, namelijk: schadelijk, zinloos hoesten en zinvol, nuttig hoesten. Als door een infectie slijm is gevormd in de longen of bronchiën, is het hoesten een effectieve activiteit om het slijm naar boven te hoesten en te laten verdwijnen. Slijm dat lang in de longen blijft zitten en weinig in beweging is, veroorzaakt op zijn beurt vaak weer een extra ontsteking. In dit geval moet het dier worden geholpen door het zoeken naar de oorzaak van het hoesten, slijmvorming, en niet door het stoppen van het hoesten. Slijmopwekkende hoest is meestal diep en rochelt. Vaak komen ook klodders neusuitvloeiing of zelfs klodders slijm uit de mondholte los. Als daarentegen het paard ten gevolge van een chronische luchtwegaandoening per ademhaling te weinig zuurstof kan binnenkrijgen of iets stoffigs of beschimmelds ruikt, hoest het regelmatig. We kunnen het in het geval van een tekort aan zuurstof vergelijken met het hoesten van mensen na een onverwachte, stevige sprint, terwijl ze daarop niet getraind zijn. Er ontstaat een hoestbui door een zuurstoftekort, veroorzaakt door de extra inspanning. Door te hoesten probeert het lichaam de vernauwde luchtwegen vrij te krijgen van obstakels en wil daardoor meer zuurstof binnenhalen. Meestal lukt dit bij chronische luchtwegaandoeningen niet, aangezien de longblaasjes in aantal en werking zijn afgenomen. Er is dus geen sprake van obstructie, maar vernauwing. In dit geval is hoesten zelfs schadelijk omdat, door heftig hoesten, weer nieuwe longblaasjes worden beschadigd en de kwaal eigenlijk steeds erger wordt. In de wandelgangen wordt deze aandoening ‘dampigheid’ genoemd. Als het paard hoest en verhoging heeft, is het verstandig en noodzakelijk om de dierenarts erbij te vragen.

 

Natuurgeneeskunde en hoest

Preventie is, zoals eerder gezegd, een belangrijk aandachtspunt om hoestproblemen te voorkomen. Hoest wordt in bijna alle gevallen veroorzaakt door het binnendringen van virussen, bacteriën of schimmels in de luchtwegen. Het binnendringen van bacteriën en virussen kan niet worden voorkomen. Zij maken een onderdeel uit van het leven en zijn niet uit te bannen. Wel kan de paardeneigenaar ervoor zorgen dat hun aantal niet te groot wordt, zodat het paard met een natuurlijke en goede weerstand zelf antwoord kan geven op de binnendringers. Bovendien kan de weerstand van het paard tegen ongebreidelde vermenigvuldiging van de indringers, worden vergroot. Dit kan door vaccinaties tegen onder meer influenza,  en/of door natuurlijke weerstandvergroters, zoals bijvoorbeeld het homeopathische middel echinacea of Silsterk, de combinatie van essentiële olie tea tree, citroen, propolis en Accia (eko) honing. Het voordeel van vaccinatie is dat het middel een duidelijk beeld geeft over de tijd van bescherming en de mate waarin beschermd wordt. Nadeel is dat veel virussen kunnen veranderen. De entstof is gemaakt op basis van afweerstoffen tegen dat betreffende virus. Als het virus zich aanpast, muteert, zijn de betreffende antistoffen niet meer effectief om het virus in de nieuwe vorm, aan te pakken. Er kan zich dan toch een virusinfectie in het lichaam ontwikkelen. Het voordeel van een homeopathisch middel is dat het in het lichaam de eigen afweer verhoogt en dus niet gebonden is aan antistoffen van een bepaalde vorm. De mate waarin het lichaam in staat is deze antistoffen aan te maken is afhankelijk van de conditie waarin het zich bevindt. Het voordeel van de essentiële olie is dat de tea tree virussen voor een deel kan vernietigen en/of verlammen. Hetzelfde doet tea tree met bacteriën en schimmels. Hierdoor wordt de weerstand in het lichaam gemakkelijker opgebouwd. Of de tea tree echter het betreffende virus kan aanpakken, is een kwestie van afwachten. Ook propolis is een bekende neutralisator van virussen, bacteriën en schimmels. Het zal dus het lichaam bevrijden van indringers en daardoor de weerstand verhogen. Echter ook hier is de vraag of het specifiek het betreffende virus zal aanpakken. Met andere woorden: in principe kan worden gesteld dat een allopatisch middel de meeste kans geeft de betreffende infectie aan te pakken (door middel van een preventieve enting). Als de boosdoener toevallig licht is veranderd, levert de enting geen enkele hulp. De natuurlijke middelen bieden in ieder geval hulp, omdat ze de weerstand verhogen, maar de kans dat ze een specifieke infectie aanpakken is kleiner dan bij een reguliere enting. De wijsheid ligt dus in het midden (oftewel een combinatie).

Is er sprake van een kriebelhoest (ontstaat door inademing van slechte lucht, stof of beschimmeld voer), dan kan een verneveling van de essentiële oliën als pepermunt (stopt kriebel) en den een oplossing bieden. Bij slijmopwekkende hoest is het gebruik van essentiële olie van tijm en eucalyptus aan te raden. Vernevelen over het hooi dient te gebeuren zo kort mogelijk voordat het paard gaat eten. Dan snuift hij gedurende langere tijd de oliën in. Na het vernevelen van het strobed kan het paard zo snel mogelijk in de box worden gezet.