onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
Instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in...
vaccicheck
Op maandag 20 november a.s. organiseert Silverlinde Praktijk een aparte dag voor Vaccichecks (titersessie) tegen een gereduceerd tarief van 40...

Het paard en de lente

Paarden - Voorjaarsperikelen  uit: Het Paard in Balans / Margriet Cremers

Rui
Door het zachter worden van de temperatuur en het toenemen van het aantal lichturen per etmaal, wordt het paardenlichaam geprikkeld om de wintervacht te verruilen voor de zomervacht. De dikke ondervacht laat langzaam los en bij het poetsen zit de verzorger in deze tijd onder de plakkerige haren. Als het goed is, want bij steeds meer paarden komt de rui moeilijk op gang terwijl deze verharing echt nodig is. Wellicht is het paardenlichaam over een aantal decennia zodanig ver in de evolutie dat de rui tot het verleden behoort. Maar op dit moment heeft ieder in Nederland levend paard een (vorm van) verharing nodig om alle lichaamsprocessen goed te laten verlopen. De rui is in de eerste plaats nodig om het lichaam te verlossen van de dikke wintervacht en deze te verruilen voor een dunner jasje. Ook al heeft het paard geen dikke wintervacht gemaakt doordat het met een deken heeft gelopen, of omdat het niet koud genoeg was, dan toch is de rui noodzakelijk. Dit heeft te maken met het feit dat in de winter wel een andere vacht is aangemaakt, al is het geen dikke. In de winter maakt het paard meerdere laagjes en soorten haar aan. De haren van de ondervacht zijn dikker en korter en staan verder uit elkaar. Bovendien wordt deze vacht vettiger gehouden, waardoor de vetbolletjes de haren wat uit elkaar laten staan. De tussenliggende lucht dient als een soort van verwarmde luchtcirculatie. Om deze kortere, vettere vacht te laten verdwijnen is de rui nodig.
 
De voortekenen van het voorjaar zien we eerder bij onze paarden, dan aan het weer. Paarden die niet onder een deken hebben gestaan of geschoren zijn, hebben zich in de maand februari al duidelijk opgemaakt voor het naderende voorjaar, door met de rui te beginnen. De rui moet in april wel voorbij te zijn. Het zijn de oudere dieren en degenen die in wat slechtere conditie zijn, die langer bezig zijn om de wintervacht te vervangen door een zomervacht. We kunnen onze dieren helpen, indien ze zelf niet goed door de rui heen komen.
In de natuurlijke situatie levert de winter schraalheid op in het voeraanbod. Zelfs tegen het voorjaar is er regelmatig weinig tot helemaal niets te eten. Een natuurlijke vorm van vasten ontstaat. Doordat het lichaam tijdelijk weinig of geen energie hoeft te besteden aan het verteren van spijs, gaat het de vrijgekomen energie besteden aan het schoonmaken van het lichaam: het afvoeren van afvalstoffen. Met name in de winter hopen de afvalstoffen bij onze op stal levende paarden zich in grotere hoeveelheden op. Minder beweging en frisse lucht, meer stof en ammoniak. Aangezien wij geen ‘vastenperiode’ voor onze paarden kunnen invoeren, heeft het lichaam last van teveel afvalstoffen. Hierdoor ontbreekt soms de energie om goed door de rui heen te komen. Het is dus juist dat de rui veel energie kost, maar absoluut onjuist om daarom meer te gaan voeren bij dieren die slecht door de rui heenkomen. Liever helpen we deze dieren door het toedienen van voedselelementen die het lichaam helpen om de opgehoopte afvalstoffen af te voeren.
 
Reinigende stoffen zijn bijvoorbeeld te vinden in de takken van de berkenboom, in de paardebloembladeren, maar zeker ook in de overbekende knoflook. Knoflook wordt in vele vormen aangeboden op de markt. De verse bol, in poeder en/of tabletvorm. Voor reinigende en ontwormende werking is de essentiële olie een van de beste vormen. Essentiële olie is heel fijnstoffelijk en wordt dus uitermate goed en diep door het lichaam opgenomen. De kracht van de druppels blijkt al uit de geursterkte. Eén druppel staat dan ook gelijk aan acht bolletjes! Toch zal je de volgende dag niets ruiken. Niet door de adem en niet via de poriën. Dat komt omdat de olie volledig door het lichaam wordt opgenomen. Essentiële olie van knoflook is dus een belangrijke ‘schoonmaker’. Een ander dankbaar en veel gebruikt middel om het lichaam te reinigen (ook na bijvoorbeeld langdurige antibioticatoediening) is een reinigingskuur met groene leem. Deze kan worden ingezet in combinatie met jeneverbesolie (essentiële olie die ontslakkend werkt) en de essentiële oliën tea tree en citroen. Groene leem is een rijke en intelligente stof die in staat is om lichaamsvreemde stoffen tot diep in het bindweefsel op te sporen en via de bloedbaan af te voeren. Het is wel belangrijk goed de gebruiksvoorwaarden van groene leem te kennen, voordat je gaat toedienen. Daar groene leem alle lichaamsvreemde stoffen uit het lichaam verwijdert, is het niet uitgesloten dat het gebruik bijvoorbeeld problemen geeft bij een paard dat gechipt is. Vraag daarom goed advies. Er zijn veel reinigingskuren in de handel. Zo kun je de groene leemkuur ook aanvullen met één ongeschilde EKO-aardappel per dag (sterk zuiverend) en één zuurdesemboterham. Zo kan ieder paard met een schone lei de zomer in. Realiseer je wel dat door de reiniging afvalstoffen in de bloedbaan terecht komen. Het paard moet in staat zijn deze te verwerken. Zeer zwakke of oude dieren kunnen een reinigingskuur beter op halve dosering en dubbele toedieningsperiode verwerken. Voor vragen  hierover kunt u Silverlinde altijd bellen tussen 09.00 en 10.00 uur - 076 5424688.
 
Eiwitomschakeling
Een paard dat goed is verhaard en opgeschoond is, loopt minder risico last van voorjaarsprobleempjes te hebben. We kunnen hiermee niet alles voorkomen, maar wel beperken. Net zoals goed management de omschakeling naar weidegang voorspoedig kan laten verlopen. Het moment waarop paarden na de winter in de wei mogen, is vaak in een drogere periode. Immers, te natte grond wordt snel vertrapt. Het gras heeft door de late beweiding over het algemeen een redelijke groeivoorsprong. Bij voorjaarsgras betekent dit veel eiwitten. Hierdoor is de voedselovergang voor paarden naar andere, vaak rijkere, eiwitten groot. Voorkom dit door:
  • de paarden alvast te weiden op een winterwei. Hierdoor grazen de paarden gelijk op met de groei van de eiwitten in het gras en is de overgang bijna te verwaarlozen;
  • niet te bemesten voordat de paarden de wei gaan begrazen, maar daarna als ze omgeweid zijn;
  • het paard langzaam te laten wennen aan weidegang (eerste week twee uur per dag, de tweede week drie uur per dag, etcetera);
  • stripbegrazing toe te passen. Hierbij krijgen de paarden steeds een nieuw strookje gras aangeboden.
Als het goed is, worden hierdoor problemen door teveel eiwitten voorkomen. Ontstaan toch de bekende eiwitbultjes, dan is het vaak effectief om twee keer per dag te deppen met een mengsel van jojobaolie met de essentiële olie van jeneverbes en rozemarijn. Treedt ondanks alle goede zorgen toch hoefbevangenheid op, dan kan het dagelijks deppen van de kroonrand en straalgroeve met jojoba, jeneverbes, rozemarijn, lavendel en marjolein het genezingsproces ondersteunen.
 
Lichtintensiteit
Paarden kunnen na de donkere winterperiode soms moeite hebben met het fellere voorjaarslicht. Dit kan zich uiten in lichtschuwheid, oogontsteking en headshaking ten gevolge van sinusitis (=bijholteontsteking). Een simpele oplossing is een zonneklep. De zonneklep van een tennispetje is makkelijk vast te maken aan een halster of oud hoofdstel zonder bit. Het paard houdt volledig zicht, maar went geleidelijker aan intenser licht. Deze maatregelen worden alleen genomen als er echt klachten zijn. De overgang wordt versoepeld en de klep kan na de eerste uren op de wei worden afgedaan. Het paard zelf moet immers weer gewoon leren omgaan met zonlicht.