onze producten

Silverlinde is enthousiast over de werkzaamheid van de essentiële oliën bij problemen van fysieke...
Instroommodule
Nu nog starten met leerjaar 1? Het KAN. Door middel van een paar intensieve(re) aanvangsweken is het mogelijk om in...
vaccicheck
Op maandag 20 november a.s. organiseert Silverlinde Praktijk een aparte dag voor Vaccichecks (titersessie) tegen een gereduceerd tarief van 40...

De hond in de rui

 
De natuur zorgt ervoor dat in het najaar de wintervacht wordt aangemaakt met een stevige, dikke ondervacht en een lange bovenvacht. In het voorjaar wordt deze weer afgestoten en verdwijnt de wintervacht door, met name de ondervacht voor een groot deel af te stoten. Het systeem van de rui wordt in gang gezet door een aantal factoren, zoals lichturen, temperatuur, vochtigheid en hormonen. Ook speelt goed onderhoud van de vacht een rol. In onze maatschappij is een aantal van deze factoren vervallen of vervormd. Dit impliceert dat veel van onze honden er een onduidelijke rui-systematiek op na houden. Andere invloeden, zoals een vervuilde lever, slechte doorbloeding en bijvoorbeeld slechte zuurstofopname door het bloed, zijn eveneens niet te verwaarlozen factoren als we praten over moeizame rui.
Fokinvloeden
Ongetwijfeld is het zo dat we door fokinvloeden ook wel vachten hebben gerealiseerd die niet meer zo ‘natuurlijk’ zijn en daardoor een onduidelijke rui-systematiek kennen. Denk bijvoorbeeld aan de zijdeachtige vacht van de yorkshire terrier: deze hond heeft geen ondervacht. De zachte, krullende haren van de poedel verharen nauwelijks en de korte, gladde vacht van bijvoorbeeld de dobermann kent ook geen ondervacht en verhaart dus weinig. Met andere woorden: de oorspronkelijke, natuurlijke vacht, zoals van onder andere de labrador retriever, is in veel gevallen al niet meer aanwezig. Deze oorspronkelijke vacht, bestaande uit een zachte, dunharige, maar dik aangelegde ondervacht en een stevige, wat langere bovenvacht is dus inmiddels bij veel rassen verdwenen. Dat wil niet zeggen dat we nu geen rui meer willen zien. Enige oerinstincten ten aanzien van vachtverandering is bij alle rassen aanwezig gebleven en noodzakelijk.

Veel eigenaren zullen tevreden zijn als hun hond weinig ruit. Lekker gemakkelijk, weinig haren in huis. Maar rui is wel belangrijk. Het niet goed functioneren van de rui kan voor de eigenaar een onmiskenbaar signaal zijn dat er bepaalde punten in het lichaam niet in balans zijn. De verwisseling van de wintervacht naar de zomervacht begint in veel gevallen rond april/mei. Meestal beginnen de dagen dan langer te worden en loopt ook de temperatuur structureel op. Het is van belang om, ruim voor aanvang van de rui-periode alle elementen die van invloed zijn op de rui eens goed te beoordelen en daar waar nodig aanpassingen te verrichten. Het is goed om te zorgen dat het dier en de omstandigheden in optimale staat zijn op het moment dat het rui-seizoen begint. Ook voor honden met vachten die niet direct ‘rui-actief’ zijn, zijn onderstaande punten van belang.

Lichturen
De invloed van licht is een lastige factor. In een natuurlijke situatie zijn immers in de winter de nachten lang en de dagen kort. Echter voor onze (huis)honden komt dit zelden voor. De meeste mensen verlengen namelijk de winterdag kunstmatig tot dezelfde hoeveelheid lichturen als in de zomer. De lampen gaan pas uit aan het eind van de avond. ’s Ochtends vroeg gaan de lampen eerder aan dan dat het buiten licht is geworden. Met andere woorden: voor natuurlijke winterse begrippen begint onze winterdag vroeg en eindigt die te laat. Onze honden en wij hebben dus teveel lichturen in de winter. Hierdoor merkt het lichaam niet dat de dagen gaan lengen en er dus langzamerhand ruitijd ontstaat. Het enige wat we hieraan kunnen doen, is zorgen dat de ligplaats van de hond zich bevindt op een matig verlichte plaats. Bijvoorbeeld onder een tafel, in een slecht verlichte hoek van de kamer etc. Deze maatregel lijkt wat overdreven, maar dit is niet alleen van belang voor de rui maar ook voor de gezondheid van de hond in het algemeen.

Om op een winterse dag immers, zonder problemen, zonder jas, zo maar vanaf zijn plaatsje naast de kachel, mee naar buiten, dat kost de hond heel erg veel energie om de vacht in goede conditie te houden als de temperatuur hoog is en de luchtvochtigheid laag. Alleen voor reumatische honden is deze klimatologische omstandigheid goed. Voor alle andere honden is het zaak om de temperatuur zo laag en de luchtvochtigheid zo hoog mogelijk te houden. De belangen van de vacht van de hond en de huid van de mens zijn dus tegenstrijdig. Het lijkt lastig om dit op te lossen, maar de bezwaren zijn gemakkelijk te verkleinen. De luchtvochtigheid bijvoorbeeld kan worden verhoogd door water te verdampen op de radiatoren. De temperatuur kan worden verbeterd door de hond een slaapplaats te bieden waar hij wel voldoende contact kan houden met de mensen, maar op de koelste plaats ligt, dus niet naast de kachel of radiator.

Hormonen
Zoals bij iedereen wel min of meer bekend is, worden heel veel systemen in het lichaam aangestuurd door hormonen. Zo ook de voedselverwerkingen dus ook het onderhoud van de vacht. Bij teven zien we vaker een hormonale invloed op een disbalans van de huid. Is een hormoonsysteem uit balans, dan is het helaas niet zo heel eenvoudig om dit weer terug in balans te brengen. Daarvoor is deskundig hulp nodig. Een verstoorde rui kan dus een indicatie zijn van een verstoorde hormonale balans.

Vervuilde lever
Onze honden delen veel van onze levensstijl. Ook zij staan bloot aan invloeden van luchtvervuiling, stress en teveel daglichturen. Toch zijn veel honden, evenals veel mensen, al wel zo ver aangepast aan deze negatieve invloeden dat zij toch hun lichaam goed in balans weten te houden. Een groter deel van onze honden is echter niet zo ver aangepast en bouwt, in de loop van hun leven, in meerdere of mindere mate vervuiling op. Deze vervuiling concentreert zich in de loop der tijd in de lever. Is de lever sterk vervuild dan zal deze grote moeite hebben om haar reinigende taak naar behoren uit te voeren. Een lichaam dat onvoldoende gereinigd wordt, heeft moeite om de normale balans te behouden en zeker ook, om een gezonde vacht te onderhouden. Over het algemeen is een verstoorde vacht een van de eerste signalen van een vervuilde dan wel overbelaste lever. De rui vraagt heel veel energie van het lichaam. Zowel om de (winter) vacht af te stoten, als om de (winter)vacht aan te maken. Als het lichaam door de vervuiling, deze energie niet heeft, blijft de rui achterwege of duurt dan extreem lang. Een moeizaam verlopende rui kan dus een indicatie zijn van vervuiling en vraagt om aandacht.

Vachtonderhoud
Het onderhouden van de vacht was in vroegere tijden een zaak van de hond zelf. De vacht was aangepast aan zijn leefomstandigheden en het klimaat. In ons klimaat betekende dit dat de vacht was samengesteld zoals bij een labrador retriever: een dichte ondervacht van zacht donzig haar en een langer bovenvacht voor de winter. En slechts weinig ondervacht en een dik ingeplante bovenvacht voor de zomer. De hond zorgde zelf voor het onderhoud van de vacht, door vooral een modderbad te nemen. Tijdens de rui maakten honden veel gebruik van braamstruiken of basten van bijvoorbeeld eikenbomen. Zowel de eikenbast, die heel ribbelig is, als de doornen van de braamstruiken helpen om de dode haren te verwijderen. Het goed zelf plukken, met de tanden, van de moeilijk loslatende haartjes vervolmaakte het proces. Onze huidige huishond heeft minder vaak kans om een modderbad of een goede regendouche te nemen. Ook de braam en de eik staan niet altijd ter beschikking. De mens zal deze deels moeten vervangen. Dat betekent dus, afhankelijk van de vacht, een aantal keer per week met de borstel voor de bovenvacht, en een andere borstel voor de ondervacht, goed door de vacht heen borstelen. In de ruitijd is dit vaker nodig. Ter vervanging van de regendouche hebben veel eigenaren de behoefte de hond regelmatig te wassen. Dit is niet erg zinvol voor de huid. Het verstoort – zoals eerder aangegeven in het hoofdstuk ‘Huidproblemen’ - de verhouding van vet, talg en andere huidvoedende en beschermende factoren. In een noodgeval, zoals het rollen in rotte vis, kan er worden gewassen. Dan wel liefst met een pH-neutrale shampoo. Over het algemeen is een goede douche zo af en toe voldoende. Ofwel in je eigen douchecel dan wel in een gezonde plensbui!

Kritisch kijken
Kritisch kijken naar de rui is dus belangrijk. Een niet goed verlopende rui is in veel gevallen het gevolg van een disbalans. Het is ook zeer goed mogelijk dat, door kritisch te kijken, de eigenaar of de geraadpleegde deskundige, tot de conclusie komt dat de hond goed in balans is en dat het uitblijven van de rui het gevolg is van bijvoorbeeld fokinvloeden.

Basismaatregelen
Om voor onze hond een goede en gezonde basis te creëren is het dus zinvol om aandacht te schenken aan het aantal lichturen, de luchtvochtigheid en de temperatuur. Daarnaast is het zaak te zorgen voor goede voeding, zoveel mogelijk ontspannen beweging in de gezonde buitenlucht van bos of strand én goed vachtonderhoud door het borstelen van onder- en bovenvacht. Mocht het ondanks deze maatregelen, toch zo zijn dat de hond slecht ruit of in de rui blijft hangen, raadpleeg dan een deskundige.